• Cebeon
  • $
  • Integrale benchmark
  • $
  • Benchmark integraal voor een middelgrote gemeente – Van financiële benchmark naar concrete besparingsrichtingen

Van financiële opgave naar onderbouwde keuzes

Een middelgrote gemeente met stedelijke opgaven stond voor de uitdaging om structurele financiële ruimte te creëren. De uitgaven namen op verschillende beleidsterreinen toe, terwijl ook onzekerheid bestond over toekomstige inkomsten en nieuwe investeringsopgaven op de begroting drukten. De gemeente wilde daarom niet alleen weten waar kon worden bespaard, maar vooral welke ombuigingen realistisch en structureel uitvoerbaar waren.

Cebeon onderzocht de volledige gemeentelijke exploitatie en bracht financiële verschillen in verband met beleidskeuzes, voorzieningenniveau, personele inzet en de inrichting van de uitvoering. Daarmee ontstond een onderbouwde basis om onderscheid te maken tussen theoretische besparingsruimte en maatregelen die daadwerkelijk bestuurlijk en organisatorisch realiseerbaar zijn.

Het onderzoek in het kort

Cebeon analyseerde niet alleen waar de gemeente relatief veel of weinig uitgaf, maar onderzocht ook waardoor verschillen ontstonden en welke mogelijkheden daarachter lagen.

Daarvoor brachten we onder meer in samenhang:

  • de ontwikkeling van lasten en baten over meerdere jaren;
  • verschillen met de inkomsten uit het gemeentefonds en vergelijkbare gemeenten;
  • beleidskeuzes en het niveau van voorzieningen;
  • personele capaciteit, externe inhuur en uitbesteding;
  • gebruik, volumes, prijzen en uitvoeringskenmerken;
  • eigen inkomsten, reserves en investeringsopgaven;
  • de organisatorische en maatschappelijke randvoorwaarden van mogelijke ombuigingen.

Op basis van het financiële beeld selecteerden we vervolgens verschillende taakgebieden voor een verdiepende analyse. Daarbij onderzochten we niet alleen mogelijkheden om activiteiten te stoppen of te versoberen, maar ook kansen om anders te organiseren, maatregelen te faseren, financiering anders in te richten of inkomsten te optimaliseren.

De vraag van de gemeente

De gemeente had behoefte aan een onafhankelijke feitenbasis voor een omvangrijke ombuigingsopgave. Een eenvoudige vergelijking met andere gemeenten was daarvoor onvoldoende. De centrale vraag was welke financiële verschillen daadwerkelijk konden worden beïnvloed en welke consequenties verschillende keuzes zouden hebben.

Daarbij stonden onder meer de volgende vragen centraal:

  • Waar wijken de uitgaven structureel af en wat verklaart deze verschillen?
  • Welke kosten hangen samen met bewuste ambities en welk deel met de organisatie van de uitvoering?
  • Op welke onderdelen is sprake van reële beleidsvrijheid?
  • Welke besparingen zijn op korte termijn mogelijk en welke vragen juist een meerjarige verandering?
  • Welke randvoorwaarden zijn nodig om maatregelen daadwerkelijk te realiseren?
  • Welke gevolgen kunnen ombuigingen hebben voor dienstverlening, uitvoeringskracht en voorzieningenniveau?

De uitdaging was daarmee niet om zoveel mogelijk potentiële besparingen te verzamelen, maar om een realistisch financieel en bestuurlijk afwegingskader te ontwikkelen.

Onze aanpak

Cebeon verwerkte eerst de volledige financiële administratie naar een uniforme indeling van gemeentelijke taakgebieden. Daarbij brachten we onder meer overhead, reserves en taakgerelateerde inkomsten op een consistente manier in beeld. De analyse werd in meerjarig perspectief geplaatst, zodat incidentele afwijkingen konden worden onderscheiden van structurele ontwikkelingen.

Vervolgens vergeleken we de uitkomsten met de inkomsten uit het gemeentefonds en met zorgvuldig geselecteerde referentiegemeenten. Voor verschillen in taakzwaarte, zoals sociale en fysieke kenmerken, schaal en centrumfunctie, werd gecorrigeerd. Daarmee voorkwamen we dat financiële verschillen die vooral voortkomen uit de omstandigheden van een gemeente ten onrechte als besparingsruimte werden aangemerkt.

Vanuit deze vergelijking stelden we een financieel referentiekader op. Dit maakte zichtbaar op welke taakgebieden de grootste afwijkingen én de meeste beleidsmatige keuzeruimte aanwezig waren. Die combinatie was bepalend voor de onderwerpen die vervolgens inhoudelijk werden verdiept.

De financiële analyses werden besproken met deskundigen binnen de gemeente. Daarnaast betrokken we ervaringen van referentiegemeenten om te onderzoeken welke andere beleids- en organisatiekeuzes in de praktijk mogelijk waren. Zo werd de benchmark niet het eindpunt van het onderzoek, maar het vertrekpunt voor de verklaring van verschillen en het ontwikkelen van realistische zoekrichtingen.

Belangrijkste inzichten uit het onderzoek

Het onderzoek liet zien dat de financiële opgave niet met één type maatregel kon worden opgelost. De gemeente kende op verschillende onderdelen een relatief hoog uitgavenniveau, maar de achterliggende verklaringen verschilden sterk. Bovendien bleken inkomsten, investeringen, personele capaciteit en beleidsambities nauw met elkaar samen te hangen.

Een eerste belangrijk inzicht was dat de financiële ruimte niet eenvoudig kon worden gevonden door ‘lucht uit de begroting’ te halen. De gemeente had op verschillende onderdelen al relatief beperkte buffers en in eerdere jaren was terughoudend geïnvesteerd. Het verder uitstellen van investeringen of aanspreken van reserves zou daardoor vooral financiële problemen naar de toekomst verschuiven. Ook de ruimte om de begroting via hogere lokale lasten sluitend te maken was beperkt, omdat deze inkomsten al relatief zwaar werden benut.

Daarmee kwam de nadruk veel sterker te liggen op echte beleids- en organisatiekeuzes.

Verschillende oorzaken achter financiële afwijkingen

De verdiepende analyses maakten zichtbaar waarom een vergelijking op hoofdniveau onvoldoende is om ombuigingen te bepalen.

Binnen het sociaal domein bleek bijvoorbeeld dat relatief hoge uitgaven niet eenvoudig konden worden verklaard door een groter aantal cliënten. Op onderdelen was juist sprake van relatief beperkt gebruik, terwijl de inzet per cliënt intensiever of duurder was. Tegelijkertijd werd geïnvesteerd in toegang en ondersteuning dichter bij inwoners, zonder dat de financiële effecten daarvan direct zichtbaar werden in lagere uitgaven aan specialistische ondersteuning. Dit maakte duidelijk dat mogelijke ombuigingen niet alleen gezocht moesten worden in volumes of tarieven, maar in de gehele keten van preventie, toegang, indicatiestelling, intensiteit en afschaling.

Bij openbare ruimte en voorzieningen bleken uitgaven mede het resultaat van expliciete kwaliteits- en voorzieningskeuzes. De relevante vraag was daardoor niet alleen of werkzaamheden goedkoper konden worden uitgevoerd, maar ook welk kwaliteitsniveau de gemeente wilde handhaven, hoe capaciteit werd georganiseerd en in hoeverre toekomstige ambities structureel betaalbaar waren. Het rapport identificeerde op dit terrein expliciet keuzes rond omvang, inrichting en onderhoudsniveau van voorzieningen.

Binnen ruimtelijke ontwikkeling, milieu en economie speelde weer een ander vraagstuk. Hier hingen hogere uitgaven onder meer samen met meerjarige projecten, ambities en personele inzet. Cebeon onderzocht daarom niet alleen de lopende uitgaven, maar ook de manier waarop financiële keuzes vroeg in projecten worden gemaakt. Daarbij kwamen onder andere de rol en bijdrage van marktpartijen, kostendekking en de afweging van kosten en baten van investeringen naar voren.

Ook bij de bedrijfsvoering bleek een simpele vergelijking van formatie onvoldoende. Er was sprake van relatief veel externe inhuur, terwijl tegelijkertijd taken via samenwerkingsverbanden werden uitgevoerd. De hogere personele lasten konden dus niet simpelweg worden verklaard door meer taken zelf uit te voeren. Dat wees op een breder organisatievraagstuk rond prioritering, structurele capaciteit en de balans tussen ambities en uitvoeringskracht.

Van externe inhuur naar organisatiekracht

De verdieping van de bedrijfsvoering liet bovendien zien dat het terugbrengen van externe inhuur op zichzelf geen structurele oplossing is.

Cebeon bracht de inzet van eigen personeel en externe capaciteit per taakgebied in beeld en koppelde dit aan de opgaven van de organisatie. De analyse liet zien dat vermindering van inhuur alleen realistisch is wanneer tegelijkertijd wordt gewerkt aan strategische personeelsplanning, voldoende vaste capaciteit, duidelijke prioritering en consistente sturing.

Daarmee verschoof de vraag van “hoeveel inhuur kunnen we schrappen?” naar “welke structurele organisatie is nodig om de gekozen ambities daadwerkelijk uit te voeren?” Ook huisvesting, werkdruk, organisatie-inrichting en de balans tussen bestuurlijke opdrachten en beschikbare capaciteit maakten onderdeel uit van deze analyse.

Van theoretisch besparingspotentieel naar realiseerbare ombuigingen

Een belangrijk onderdeel van het onderzoek was het onderscheid tussen financieel potentieel en daadwerkelijk realiseerbare maatregelen.

Cebeon werkte daarom met verschillende referentieniveaus. Daarmee kon de gemeente zien wat het financieel zou betekenen wanneer uitgaven dichter bij het niveau van het gemeentefonds, vergelijkbare gemeenten of gemeenten met een relatief laag uitgavenniveau zouden worden gebracht.

Maar de analyse stopte niet bij die financiële bandbreedtes. Per onderwerp onderzochten we wat nodig zou zijn om een beweging daadwerkelijk te realiseren.

Sommige maatregelen konden relatief snel worden ingezet doordat de gemeente veel beleidsvrijheid had. Andere besparingen vroegen juist meerdere jaren, bijvoorbeeld vanwege lopende projecten, contractuele afspraken of de noodzaak om eerst te investeren in een andere werkwijze. Vooral binnen het sociaal domein was de onderlinge samenhang tussen maatregelen belangrijk: investeren in preventie of toegang kan op korte termijn extra inzet vragen voordat structurele effecten elders in de keten ontstaan.

Daarmee werd voorkomen dat een theoretische benchmarkafwijking direct als haalbare bezuiniging werd gepresenteerd.

Van analyse naar handelingsperspectief

Het onderzoek leverde meerdere typen zoekrichtingen voor de verdere uitwerking van de ombuigingsopgave. Deze varieerden van het heroverwegen van het voorzieningenniveau en het anders organiseren van werkzaamheden tot het verbeteren van personele sturing, faseren van ambities, optimaliseren van inkomsten en scherper organiseren van kostenverhaal.

De rode draad was echter breder dan een verzameling afzonderlijke maatregelen.

De analyse liet zien dat de financiële opgave alleen duurzaam kon worden aangepakt wanneer bestuurlijke ambities, beschikbare middelen en uitvoeringscapaciteit gezamenlijk worden afgewogen. Een hoog ambitieniveau leidt niet alleen tot directe beleidsuitgaven, maar werkt ook door in personele capaciteit, bedrijfsvoering en de hoeveelheid projecten die een organisatie tegelijkertijd moet kunnen uitvoeren.

Dat betekende ook keuzes maken over wat prioriteit krijgt, wat gefaseerd wordt uitgevoerd en welke activiteiten tijdelijk of structureel minder worden gedaan.

Ombuigen vraagt meer dan financiële maatregelen

Cebeon adviseerde daarom om de volgende fase niet uitsluitend financieel in te richten. Concrete ombuigingen moeten samen met de organisatie worden uitgewerkt en beoordeeld op hun uitvoerbaarheid.

Daarbij zijn onder meer van belang:

  • juridische en contractuele randvoorwaarden;
  • benodigde personele en organisatorische veranderingen;
  • realistische invoerings- en doorlooptijden;
  • gevolgen voor het voorzieningenniveau en inwoners;
  • eventuele investeringen die vooraf nodig zijn;
  • meetbare resultaten waarmee de voortgang kan worden gevolgd.

Zo ontstaat niet alleen inzicht in wat financieel mogelijk lijkt, maar ook in wat bestuurlijk verantwoord en organisatorisch uitvoerbaar is. Het rapport adviseert expliciet om deze randvoorwaarden en maatschappelijke effecten mee te nemen bij de verdere concretisering van maatregelen.

Een gedeelde feitenbasis voor moeilijke keuzes

Cebeon vertaalde de omvangrijke financiële en inhoudelijke analyses naar een samenhangend afwegingskader voor organisatie, management en bestuur.

Daarmee werd zichtbaar dat niet iedere hoge uitgave automatisch ongewenst was en dat niet iedere financiële afwijking dezelfde mate van beïnvloedbaarheid had. Sommige verschillen waren het resultaat van bewuste politieke keuzes, andere van organisatie-inrichting of tijdelijke omstandigheden. Op weer andere onderdelen was daadwerkelijk ruimte aanwezig om structureel anders te werken.

De benchmark bood daarmee geen generieke bezuinigingslijst, maar een feitenbasis waarmee de gemeente gericht kon bepalen waar keuzes nodig waren, welke alternatieven beschikbaar waren en wat nodig was om deze keuzes daadwerkelijk te realiseren.

De meerwaarde van Cebeon

De kracht van dit onderzoek lag in de combinatie van een integrale financiële benchmark met verdiepende analyses van beleid, uitvoering en organisatie.

Cebeon bleef niet bij de constatering dat een gemeente meer of minder uitgeeft dan vergelijkbare gemeenten. We onderzochten wat achter die verschillen zit, toetsten verklaringen bij de organisatie, benutten ervaringen van andere gemeenten en brachten in beeld welke financiële ruimte daadwerkelijk beïnvloedbaar is.

Hierdoor kon de gemeente de ombuigingsopgave niet alleen benaderen vanuit bedragen, maar vanuit samenhangende keuzes over ambities, voorzieningenniveau, organisatie, uitvoeringskracht en financiële houdbaarheid.

Ook behoefte aan realistische mogelijkheden voor ombuigingen?

Cebeon helpt gemeenten in het hele land om financiële opgaven te vertalen naar onderbouwde keuzes over beleid, organisatie en begroting. We maken zichtbaar waar ruimte voor bijsturing bestaat én wat nodig is om die ruimte daadwerkelijk te benutten.