Cebeon voerde voor een grote gemeente een integrale benchmark uit van de volledige gemeentelijke begroting. Doel was om inzichtelijk te maken hoe de uitgaven en inkomsten zich verhouden tot het gemeentefonds en tot vergelijkbare gemeenten, en welke beleids- en organisatiekeuzes de gevonden verschillen verklaren.

De vraag

De gemeente wilde antwoord op drie centrale vragen:

  • Waar geeft de gemeente relatief veel of juist weinig aan uit?
  • Welke verschillen worden verklaard door omstandigheden en welke door gemeentelijke keuzes?
  • Waar liggen mogelijkheden om beleid, uitvoering of financiële inzet anders in te richten?

Onze aanpak

De gemeentelijke lasten en baten zijn uniform toegedeeld aan programma’s en circa 90 onderliggende taakgebieden. De uitkomsten zijn vervolgens vergeleken met de referentiebudgetten van het gemeentefonds en met zes referentiegemeenten.

Om een zuivere vergelijking mogelijk te maken, corrigeerden we voor verschillen in taakzwaarte, waaronder schaal, sociale structuur, fysieke kenmerken en centrumfunctie. Ook is de ontwikkeling over meerdere rekening- en begrotingsjaren onderzocht.

Belangrijkste resultaten

De benchmark liet zien dat de gemeente door haar relatief ruime eigen inkomsten ongeveer 15% meer kon uitgeven dan het referentiebudget van het gemeentefonds en ruim 5% meer dan vergelijkbare gemeenten. Deze extra financiële ruimte kwam vooral voort uit grondexploitaties en lokale belastingen.

Daarnaast kwamen de volgende resultaten naar voren:

  • Openbare ruimte: de uitgaven waren duidelijk hoger, met name voor straatreiniging, wegen en civiele kunstwerken. Het grote aantal bezoekers en relatief hoge onderhoudskosten vormden belangrijke verklaringen.
  • Sociaal domein: de gemeente gaf relatief veel uit aan maatschappelijke opvang, beschermd wonen en jeugdhulp. Ook waren de uitgaven aan preventieve voorzieningen hoog, zonder dat dit volledig leidde tot lagere uitgaven aan individuele zorg.
  • Werk en participatie: hogere uitgaven aan re-integratie hingen samen met intensieve begeleiding, kostbare instrumenten en bredere doelstellingen rond participatie en bestaanszekerheid.
  • Toezicht en veiligheid: de relatief hoge uitgaven hielden verband met bestuurlijke prioriteiten, evenementen, bezoekersstromen en extra inzet in de openbare ruimte.
  • Personeel en overhead: de personele lasten lagen ongeveer een kwart hoger dan bij de referentiegemeenten. De hogere centrale overhead bleek grotendeels samen te hangen met de omvang van de organisatie en niet automatisch met een minder efficiënte uitvoering.
  • Cultuur en duurzaamheid: op deze onderdelen waren de netto uitgaven juist lager of gemiddeld. Bij duurzaamheid werd het beeld mede beïnvloed door de inzet van eerder opgebouwde reserves.

Van vergelijking naar handelingsperspectief

De integrale benchmark maakte duidelijk waar uitgavenverschillen voortkwamen uit bewuste beleidskeuzes, een hoger voorzieningenniveau, organisatorische inrichting of specifieke inkomsten. Daarmee kreeg de gemeente een feitelijke basis om gericht verder te onderzoeken waar bijsturing mogelijk en wenselijk was.

Het onderzoek leverde geen oordeel over de keuzes van de gemeente, maar maakte de financiële gevolgen, samenhang en alternatieven transparant.

Ook inzicht in uw begroting?

Cebeon stemt iedere integrale benchmark af op de financiële positie, beleidsvragen en informatiebehoefte van de gemeente.