Cebeon voerde voor een middelgrote gemeente een gemeentebrede benchmark uit. De gemeente stond voor de opgave om de meerjarenbegroting sluitend te krijgen, terwijl zij tegelijkertijd ruimte wilde houden voor nieuwe ambities. Ook waren er financiële risico’s binnen de jeugdzorg en Wmo.

De benchmark moest inzicht geven in de financiële effecten van eerdere beleidskeuzes en duidelijk maken op welke onderdelen de gemeente haar beleid of uitvoering mogelijk anders kon inrichten.

De vraag

De gemeente wilde antwoord op de volgende vragen:

  • Hoe verhouden de uitgaven en inkomsten zich tot de middelen uit het gemeentefonds?
  • Op welke taakgebieden geeft de gemeente relatief veel of weinig uit?
  • Welke verschillen hangen samen met het voorzieningenniveau, de uitvoering of incidentele factoren?
  • Waar liggen kansrijke mogelijkheden voor besparingen of nadere verdieping?

Onze aanpak

We hebben de lasten en baten uit de financiële administratie gerubriceerd naar uniforme gemeentelijke taakgebieden. Daarbij zijn onder meer taakgerelateerde overhead, reserves en inkomsten zo veel mogelijk aan de juiste taken toegedeeld.

Vervolgens zijn de netto lasten per taakgebied vergeleken met de financiële ijkpunten van het gemeentefonds. Deze houden rekening met omstandigheden waarop een gemeente zelf weinig invloed heeft, zoals haar sociale en fysieke structuur. Hierdoor wordt zichtbaar welke verschillen vooral samenhangen met beïnvloedbare keuzes in beleid, voorzieningenniveau en uitvoering.

Belangrijkste resultaten

De benchmark liet zien dat de gemeente relatief hoge netto lasten had voor:

  • minimabeleid;
  • kunst en culturele voorzieningen;
  • beheer en onderhoud van openbaar groen;
  • overige onderwijstaken;
  • burgerzaken.

Daartegenover stonden relatief lage netto lasten voor onder meer participatie, maatschappelijke ondersteuning en jeugd, recreatie, onderwijshuisvesting en fysiek milieu.

Sociaal domein

Hoewel de totale uitgaven aan maatschappelijke ondersteuning en jeugd onder het referentieniveau van het gemeentefonds lagen, liet de analyse binnen het sociaal domein een belangrijk aandachtspunt zien.

De gemeente gaf relatief weinig uit aan algemene basisvoorzieningen, maar juist relatief veel aan jeugdzorg en andere vormen van duurdere maatwerkzorg. Dit wees erop dat de gewenste verschuiving van zware zorg naar preventieve en voorliggende voorzieningen mogelijk nog onvoldoende tot stand was gekomen.

Minimabeleid en schuldhulpverlening

De uitgaven aan minimabeleid lagen ongeveer €26 per inwoner boven het referentieniveau. Daarbij maakte het onderzoek ook duidelijk dat eenvoudige bezuinigingen risico’s kunnen hebben: minder inzet op schuldhulpverlening kan bijvoorbeeld leiden tot langduriger en duurdere zorgvragen elders in het sociaal domein.

Cultuur, groen en onderwijs

Bij kunst en openbaar groen waren de uitgaven hoger dan het gemeentefonds veronderstelde. Dit zijn taakgebieden waarop de gemeente relatief veel beleidsvrijheid heeft, bijvoorbeeld bij het aantal voorzieningen en de kwaliteit van het groenonderhoud.

De uitgaven aan onderwijshuisvesting waren juist relatief laag. De analyse waarschuwde dat dit voordeel tijdelijk kan zijn wanneer verouderde schoolgebouwen moeten worden vervangen en de kapitaallasten stijgen.

Inkomsten en financiële houdbaarheid

De hogere uitgaven werden mede gefinancierd met relatief hoge OZB-inkomsten. Ook waren er tijdelijk extra inkomsten door onttrekkingen aan de algemene reserve. Omdat deze inkomsten in latere jaren afnamen, vormden zij geen structurele oplossing voor de begrotingsopgave.

Van financiële spiegel naar handelingsperspectief

De benchmark maakte zichtbaar waar de gemeente gericht kon zoeken naar andere keuzes. Kansrijke richtingen lagen onder meer bij:

  • het bereik en voorzieningenniveau van het minimabeleid;
  • de omvang en onderhoudskwaliteit van het openbaar groen;
  • culturele voorzieningen;
  • openingstijden en dienstverlening bij burgerzaken;
  • organisatie, werkwijze en efficiëntie van arbeidsintensieve taken.

Daarnaast bood de analyse een onderbouwde basis om het sociaal domein verder te verdiepen en te onderzoeken hoe duurdere maatwerkzorg beter kon worden voorkomen.

Ook behoefte aan een objectieve financiële spiegel?

Cebeon brengt gemeentebreed in beeld waar financiële verschillen ontstaan en vertaalt deze naar concrete aanknopingspunten voor beleid, uitvoering en begrotingskeuzes.